Buitenaardsen
Het was een zonnige klamme dag. Toch was het rustig op het strand. Een trage loomheid had zich van mij meester gemaakt en ik genoot van de stilte en de warmte op mijn huid. Pas toen het plotseling zwart om mij heen werd besefte ik dat ik de dreiging al minutenlang onbewust had gevoeld. Verdoofd door de overmeesterende warmte had ik er geen acht op geslagen. Wat had ik te vrezen? Ik kwam hier immers al sinds mijn geboorte en was altijd omarmd geweest door de zorgeloze veilige schoot van mijn wereld. Nu was dat gevoel, in één klap, voor altijd verdwenen.
Ik hoorde onbekende geluiden en een taal die ik niet kon plaatsen. Ik moest denken aan de verhalen die mijn vader me verteld had en die ik altijd als fantasie en sprookjes had afgedaan. Verhalen over ontvoeringen en anderen die plotseling verdwenen waren. Dagen, soms weken later doken zij onverwacht weer op. Verdwaasd, op een andere plek en met een mysterieus object in hun lichaam. Het leek allemaal zo onbevattelijk. Was ik nu zelf het slachtoffer van deze onmogelijk geachte praktijken?
Ik schreeuwde. Schreeuwde dat ik terug wilde. Terug naar mijn vertrouwde wereld. Terug naar mamma, pappa en mijn broertjes. Terug naar mijn element.
De wezens gaven mij zuurstof, maar net genoeg om het bewustzijn niet te verliezen. Toen was er onverwacht weer licht. Ik bevond mij in een afgesloten ruimte. Ik kon bewegen, maar niet weg. Na een tijdje begon het.
Ik werd uit de kamer gehaald en zag een rimpelig wezen met grote tanden. Het was duidelijk de leider. Ze gebaarde naar anderen om mij aan de "apparaten" te onderwerpen. Ik zag machines die ik nooit eerder had gezien. Ik voelde pijn die ik nooit eerder had gevoeld. Welk hels vermaak was dit, en waarom was ik het middelpunt? Ik weet niet hoe lang dit alles precies duurde maar ik zette mijn verstand op nul en onderging het. Ik kon niets anders dan het enkel te ondergaan. Zwevend tussen machteloze woede en hoop.
Even onverwachts als het begin van mijn beproeving ging er op een dag een deur open en zag ik mijn vertrouwde wereld zich voor mij uitstrekken. Ruimte en vrijheid. Ik vluchtte. Bang om tegengehouden te worden liep ik zo snel als ik kon. Ik was op deze plek nog nooit geweest maar er was ruimte! Zuurstof! Hoop!
Na enige tijd zag ik weer medemensen die mij vragend en verward aanstaarden. Ze zagen het vreemde apparaat dat de buitenaardsen aan mijn lichaam hadden bevestigd. Het enige tastbare bewijs dat dit alles geen boze nachtmerrie was. Nu wist ik dat mijn vader niet gelogen had. Dat hij deze beproeving ook had ondergaan.
Ontvoering door buitenaardsen. In een volgend leven wil ik overal terugkomen. Overal, behalve in Pieterburen.
Max


<< Home